Een reactie plaatsen

(50) De Blauwe Schuit

In het blog over Tholen (https://rederijkerszeeland.wordpress.com/2017/06/19/49-tholen/) van 19 juni 2017 was er diverse malen sprake van vermeldingen over De Blauwe Schuit in de stadsrekeningen van Tholen in de periode 1495-1540. Het is een verrassing om vast te stellen dat De Blauwe Schuit heden ten dage nog steeds in ons midden is. Afgelopen 25 juni 2017 dook De Blauwe Schuit op in het centrum van Bergen op Zoom als onderdeel van de jaarlijkse Maria Ommegang in die plaats.

20170625_155615

De achterzijde van De Blauwe Schuit met het blazoen van De Vreugdebloem.

Wat was de rol van De Blauwe Schuit in Bergen op Zoom? En wat was de relatie met de rederijkers? Om met de laatste vraag te beginnen: op de achterzijde van de blauwe schuit op wielen zien we het blazoen van de Bergse rederijkerskamer De Vreugdebloem. En in de optocht van de Maria Ommegang wordt deze schuit voorafgegaan door twee dragers die hetzelfde blazoen met zich meedragen.

Blazoen Vreugdebloem

Het blazoen van De Vreugdebloem

Daarmee is een relatie zichtbaar gemaakt, maar niet wat deze inhoudt en evenmin is het duidelijk sinds wanneer deze band bestaat. Opvallend is het dat H. Levelt het niet heeft over een connectie met De Vreugdebloem in zijn artikel over de gesellen der blauwe scute te Bergen op Zoom. 1 Hij brengt dit gilde zelfs nadrukkelijk naar voren als een apart gilde naast het rederijkersgilde en de andere gilden in de stad. Het doel van dit gilde was volgens hem feesten en pret maken. Dit hield in dat er aan de leden geen hoge eisen gesteld konden worden, het was een samenraapsel van alles en nog wat. Levelt spreekt zelfs van rapalje.

In navolging van de rederijkers wilden de “Blauwe Broers” hun vertoningen ook op een wagen presenteren en om zich te onderscheiden viel de keuze op de vorm van een schip. De kleur blauw staat voor de onnozelheid. De belangrijkste taak was het parodiëren van het Brabantse gildewezen. Ze traden met name op ter gelegenheid van vastenavond en bij de jaarlijkse processie. Hun patroonheilige was Sint Reynuit (schoon leeg), de heilige van de drinkeboers.

Een datum van de oudste vermelding wordt niet gegeven. Wel wordt duidelijk dat het om dezelfde periode gaat als bij de gezellen van De Blauwe Schuit in Tholen, dus eind 15e, 1ste helft 16e eeuw. Verder onderzoek in Bergen op Zoom en in Tholen moet gaan verduidelijken wat de rol geweest is van de gildes van De Blauwe Schuit en wat een eventuele binding inhield met de lokale rederijkerskamers. Vooralsnog wekken de feiten de indruk dat in die jaren het rederijkersgilde en het gilde van De Blauwe Schuit naast elkaar bestonden en elk een eigen functie hadden, zowel in Bergen op Zoom als in Tholen.

Bronnen

De foto van de blauwe schuit is gemaakt door Fred van den Kieboom, archivaris van Tholen; de foto van het bord met het blazoen is een snapshot van de televisieuitzending in 2017 van Zuid-West-TV, die hier nog te bekijken is.
1. Levelt, H., ‘De “Gesellen der Blauwe Scute” te Bergen-op-Zoom in de 15e en 16e eeuw. In: Sinte Geertruydtsbronne, Bergen op Zoom 1924, jrg. 1, 41-45.

Geplaatst door Jan van Loo 19 juli 2017.

Advertenties
Een reactie plaatsen

(49) Tholen

Eén of twee kamers?

De oudst bewaarde stadsrekeningen van Tholen zijn die van de jaren 1472/73, 1493/94 tot en met 1498/1499, 1538/39 en 1548/49. De vroegste rederijkersvermelding dateert van 1496/97: Geschenct den gesellen vander blauwer scuuten. 1

Het jaar erop zijn er twee schenkingen die handelen over de rederijkers: Geschenct den gesellen van de retoricke op sante barbare dach (…) en twee posten verder: Geschenct den gesellen vander blauwe scuute. 2

De feestdag van Sint Barbara is op 4 december, mogelijk was zij de beschermheilige van de rederijkerskamer. De gezellen ontvingen op deze dag twee poortkannen Rijnswijn van de stad. Belangwekkend is het feit dat er twee verschillende omschrijvingen gebezigd worden, gesellen van de retoricke en gesellen vander blauwe scuute. Gaat het hier om een en dezelfde groep of gaat het misschien om twee kamers? Ook in 1498/99 worden de gesellen van de retoricke en de gesellen  van de blauwe scuute apart vermeld. In beide posten gaat het om schenkingen.

In 1538/39 lezen we onder de rubriek Ander vutgeuen van wedden het volgende:

f9r

– Betaelt  den Iongen gesellen vande blau scuyte den xiij Iuny anno xxxviij na oude custume iiij schellingen
– Betaelt den prince vande retrocinen voirscreuen Jairlickse wedde ij schellingen
3

Er is niet langer sprake van schenkingen maar van een wedde, een betaling volgens oude gewoonte. De tweede post stelt ons voor problemen bij de interpretatie: waarnaar verwijst voirscreuen? Er zijn twee mogelijkheden:
1. Er is betaald de voirscreuen Jairlickse wedde of
2. is er betaald aan den prince vande retrocinen voirscreuen?
De eerste optie lijkt de meest logische aangezien de wedde letterlijk genoemd wordt in de rubriek erboven. De tweede optie is slechts impliciet aanwezig in de omschrijving van de Iongen gesellen vande blau scuyte want De Blauwe Schuit zou dan een rederijkersgezelschap zijn. In dat geval gaat het nadrukkelijk om een betaling aan de prins van de jonge gezellen van De Blauwe Schuit die een rederijkerskamer is en niet alleen om een betaling aan de prins van de rederijkers. Bovendien wordt voirscreuen vaak in postpositie gebruikt, dus achter datgene waarnaar verwezen wordt. Vermoedelijk zal 2 bedoeld zijn, want het herhalen van de wedde is in feite overbodig en is daarom in de andere posten ook niet aan de orde.

Als het gaat om de jonge gezellen van De Blauwe Schuit rijst onmiddellijk de vraag of er dan ook nog een gezelschap was, dat bestond uit de oude gezellen van De Blauwe Schuit, dus twee (rederijkers)kamers naast elkaar? Een situatie die wel vaker voorkwam en niet alleen bij de rederijkers, maar bijvoorbeeld ook bij de schuttersgilden. Hoe dan ook, een definitieve vaststelling over het aantal kamers is niet goed mogelijk.

Jan Cornelissen tGild

De stadsrekening 1538/1539 vermeldt verder nog een schenking voor de koning van de rederijkers (welke zijn rol was binnen de kamer, is onbekend) en drie onkostenposten de prins van de rederijkers betreffende. En bij een ervan staat zijn naam vermeld: Jan Cornelissen tGild. Het staat vast dat er van hem archivalia aanwezig zijn in het archief van het Hof van Holland uit de periode 1545-1555. Zeker is voorts dat hij rond 1553 is overleden, want een aantal stukken handelt over de zorg van zijn achtergelaten kinderen. 4

De Speelwagen

Speelwagen Middelburg

Voorbeeld van een wagen uit Middelburg

In 1539 geven de burgemeesters een bijdrage aan den retrocinen voir of toe eenen nieuwe wagen. 5 Zo’n wagen was eigenlijk onmisbaar. Hij was bijvoorbeeld nodig om bij gelegenheden of in optochten en processies een tableau vivant te presenteren aan de toeschouwers of gewoon om gezellen van de kamer te vervoeren. De betaling gold de rederijkers en niet de gezellen van De Blauwe Schuit. Aansluitend op dit gegeven is een betaling in de jaarrekening van 1548/49 opmerkelijk: Anth[onis] h. marinus van de blaeu schuyte te Repareren pinxen laetsleden. 6 Marinus wordt betaald voor een reparatie aan De Blauwe Schuit, mogelijk een wagen of een schip op wielen van de gezellen van De Blauwe Schuit. Zou het hier dan om dezelfde wagen gaan als 10 jaar eerder? Maar misschien gaat het wel gewoon om het onderkomen van De Blauwe Schuit waar de gezellen samenkwamen.

En voorts nog

De stadsrekening 1548/49 vermeldt net als de rekeningen hierboven gescheiden betalingen voor de Prins van de Rethrosijnen (blz. 8 en 9) en voor de gezellen van de Blauwe Schuit (p. 9). Bij de prins van de rederijkers staat ook nog aangegeven dat het om 29 gezellen gaat. En opnieuw wordt met deze separate vermelding de indruk gewekt dat het om twee instituties gaat.

Kops vermeldt dat in 1534 te Tholen het Mey-spel amoreus, daar Pluto Proserpina ontscaect gespeeld werd. Bewijzen levert Kops helaas niet en die zijn ook niet gevonden door Hummelen bij het samenstellen van zijn repertorium. 7 We weten dus niet of dit stuk werkelijk is opgevoerd en zo ja, was het dan door rederijkers die te gast waren in Tholen of door de eigen rederijkers?

Wat trouwens ook opvalt, is het ontbreken van vermeldingen over ontmoetingen of wedstrijden met rederijkerskamers uit de nabije omgeving, terwijl we weten dat er ook kamers bestaan hebben in Oud-Vossemeer, Poortvliet, Scherpenisse, Sint-Annaland, Sint-Maartensdijk en Westkerke.

Conclusie

Er is sprake van gescheiden vermeldingen van gezellen van De Blauwe Schuit en van (de prins of koning van) de rederijkers. Nergens wordt expliciet duidelijk gemaakt dat het om een en hetzelfde gezelschap gaat. Sterker nog: uit niets blijkt wat de activiteiten van De Blauwe Schuit zijn, dus zelfs niet dat zij rederijkers waren. Op enig moment is er zelfs sprake van de jonge gezellen van De Blauwe Schuit, mogelijk bestond er daarnaast ook nog een gezelschap met de oude gezellen. Tot nu toe zijn we uitgegaan van één rederijkerskamer op Tholen met de naam De Blauwe Schuit. Op grond van het voorafgaande is dat nog maar de vraag. Hopelijk zal verder onderzoek naar de kamers op en in Tholen daarin duidelijkheid verschaffen.

Bronnen

1. Stadsrekening Tholen 1496/97, inv.nr. 183, f. 6v.
2. Stadsrekening Tholen 1497/98, inv.nr. 184, niet gefolieerd.
3. Stadsrekening Tholen 1538/39, inv.nr. 186, niet gefolieerd.
4. Nationaal Archief te Den Haag, archief Hof van Holland, toegangnr. 3.03.01.01, inv.nr. 3715 dd 21-04-15454, inv.nr. 3721 dd 12-03-1553 en inv.nr. 3723 dd 16-03-1555. Zie voor een korte omschrijving: Hof van Holland: rollen van eisen, betrekking hebbend op Tholen, typoscript in archief Tholen van 30 maart 2000.
5. Stadsrekening Tholen 1538/39, inv.nr. 186, laatst beschreven folium, niet gefolieerd.
6. Stadsrekening Tholen 1548/49, inv.nr. 187, afschrift circa 1930, blz. 18. Origineel in Archief van de Raad en Rekenkamer Markiezaat Bergen op Zoom, inv.nr. 3683.
7. Kops, W., Schets eener geschiedenisse der Rederijkeren. Leiden 1774, 236-240. Vermelding Tholen: 240. Hummelen, W.M.H., Repertorium van het rederijkersdrama 1500-ca. 1620. Herziene editie 2003, 159, nr. 2.30.

Geplaatst door Jan van Loo 19 juni 2017.

Een reactie plaatsen

(48) Rederijkers in Veere tot 1590

De rekeningenboeken van de rederijkerskamer Missus Scholieren zijn bewaard gebleven vanaf het jaar 1590, veel bronnen van ouder datum zijn verloren gegaan. Toch valt er flink wat bij elkaar te sprokkelen over de jaren tot 1590, zoals hieronder blijkt.

NB Het is niet bij elk jaar zeker dat het om rederijkers gaat. Die gegevens zijn echter toch opgenomen omdat het toneelopvoeringen betreft.

GA = Gemeentearchief; ZA = Zeeuws Archief; ZB = Zeeuwse Bibliotheek

##########################################

1464
“Eerst gegeven ende geschenct den gesellen van middelburch die hier een esbatement
speelden ….” [Stadsrekening Veere 1464, bedrag onvermeld]
[Bron: ZB KLUIS 1143 C3 3.1 (collectie Meertens).]

1471
“den gezellen van Reymerswale, die hier ter Vere quamen batementen spelen, gesconken twee poortcannen wijns van XX gr.” [Stadsrekening Veere 1471]
[Bron: Meertens P.J., Letterkundig leven in Zeeland in de zestiende en de eerste helft der zeventiende eeuw, Amsterdam 1943, 98 + noot 196; 112 + noot 275.]

1494
Vere speelt battementen op de Ommegancksdag in Middelburg en ontvangt 12 poortkannen rijnwijn.
[Bron: Kesteloo, H.M., ‘De stadsrekeningen van Middelburg II, 1450-1499, Archief (1881), 106.]

1494
De zondag voor Sint-Maarten (11 november) 1494 was de heer van Veere vanuit Mechelen op het Veerse stadhuis aangekomen, waar hij ‘de rethorike deser stede alsdan hoirde spelen’. Als dank liet de rentmeester de rederijkers wijn en brood brengen.
[Bron: ZA GA Veere 2750, Heren van Veere 1359-1590 inv.nr. 158-162, 161 (1494) f. 50r.]

1495
De gezellen van rethorika van Veere kwamen in 1495 in Middelburg spelen met hun wagenspel in het kader van de ommegang. Zij kregen 12 poortkannen wijn.
[Bron: Kesteloo, H.M., ‘De stadsrekeningen van Middelburg II, 1450-1499, Archief (1881), 91.]

1517
“Betaelt de dekens vande Retorycke van missus tot behulp van vij stallaegen te maken om de vij blyscappen van maria daerop te vertoonen den ommeganck vander vere dat by consente van burgemeesters ende scepenen xvj s. v g.” [Stadsrekening Veere 1517]
[Bron: ZB KLUIS 1143 C3 3.1 (collectie Meertens)]

1519
In de St. Pieterskerk te Middelburg wordt een stellage gemaakt, waarop de rederijkers uit Veere zullen komen spelen en na afloop moet de boel weer worden afgebroken.
[Bron: Zeelands Cronijk Almanach, Middelburg 1786, 1030.]

1530
In 1530 voegde Adolf van Bourgondië de twee Veerse kamers Missus Scholieren en Sint Anna kinderen samen tot de kamer Missus Scholieren met de zinspreuk In reynder jonsten groeyende.
[Bron: ZA GA Veere 2515, 01 akte Adolf van Bourgondië (originele akte uit 1530).]

1530 AdolfvB

Handtekening Adolf van Bourgondië in de akte van 1530

1542
Optreden van de kamer bij de huldiging van Maximiliaan van Bourgondië (1514-1558).
“Betaelt Jasper Holre (?) als prince vande camer vande retorica by ordonancie van bur[gemeesters] ende scepenen ter cause van seker oncosten byden gildebroeders gesupporteert int spelen seker spel ende inden triumphe ende huldinge van mijn g[enadige] here.” [Stadsrekening Veere 1542, bedrag onvermeld]
[Bron: ZB KLUIS 1143 C3 3.1 (collectie Meertens)]

1549
Op de eerste mei 1549 kwamen de kamers van ‘Drysen’ (?) in Vlaanderen, Goes, Vere en Vlissingen te Middelburg vóór het stadhuis een spel van sinne spelen. Elke kamer ontving 4 poortstopen rijnwijn.
[Bron: Kesteloo, H.M., ‘De stadsrekeningen van Middelburg III, 1500-1549’, Archief (1881), 352.]
NB Drysen is mogelijk Rijsel.

1563
“Betaelt aen vier speelluyden van middelb[urch] die opden ommeganckxdach voor
theylich sacrament gespeelt hebben xx s.g.” [Rekening van Onze Lieve Vrouwekerke 1563]
[Bron: ZB KLUIS 1143 C3 3.1 (collectie Meertens)]

1565
“Betaalt tot behoef van ’t Gilde van Rhetorica in handen van Willem Cos, de Somme van twee Ponden groo[te]n vl[aem]s. Tvoorn[oemde] Gilde by die van der Weth toegeleit over de coften van dat zylieden twee dagen voor ’t Stadhuis in der Maant van Augustus anno dezer Rekening gespeelt hebben, als ’t blykt by een Ordonnantie hier overgelegt, dus hier dezelve . . . . £ 2.” [Stadsrekening Veere 1565, f. 91v]
[Bron: Tollé, H.A., Iets van Henric Antoni Tollé, predikant te Vere, Veere 1790, 54.]

1568
Toetreding Jan Marcxen tot De Missus Scholieren.
[Bron: ZA GA Veere 2515 – 03 Rekeningenboek 1590 1659 (1605) f. 47v]

1568
“Betaelt Gillis Cornelis ende …. consorten speeluyde[n] van middelburch de somme van twintich scell[inghen] groo[te]n ter cause dat zylieden opden ommegancxdach inde processie gespeelt hebben voor theylige sacrament alst blyct by quitancie hier over gelevert, dus hier de selve …. xx s.g.“ [Rekening van Onze Lieve Vrouwekerke 1568]
[Bron: ZB KLUIS 1143 C3 3.1 (collectie Meertens)]

Meertens 1143 C3 3.1

De notitie van Meertens

1569
Toetreding Antheunis Bouwenssen tot De Missus Scholieren.
[Bron: ZA GA Veere 2515 – 03 Rekeningenboek 1590 1659 (1605) f. 47v]

1573
Toetreding Cornelis den Ram tot De Missus Scholieren.
Toetreding Antheunis Bos tot De Missus Scholieren.
[Bron: ZA GA Veere 2515 – 03 Rekeningenboek 1590 1659 (1605) f. 47v-48r.]

1574
Toetreding Matthys Janssen van Eepen tot De Missus Scholieren.
[Bron: ZA GA Veere 2515 – 03 Rekeningenboek 1590 1659 (1605) f. 47v]

1574
“Pernelle Jansd: Ketelaar, Weduwe van Willem Cos, eertyds Prins van de Rederykkamer te Vere, op den 17 Aug: 1574, de Somme van vier Ponden vl[aem]s. vastgemaakt, verbindende daar voor haar Huis, staande in de Capelstraat dezer Stad, om daar van, gelyk zy, voor Burgem[eesters] en Schepenen verklaarde, tot haar ’s Mans zalige Gedagtenis, en tot haarer memorie, een zilveren Kop te maken; gelyk dan ook in ’t Jaar 1595 voor die £ 4 – een, zilvere Beker gemaakt is ten dienste van deze Kamer, met de bloeme van deze Kamer daar opgesneden.” [Stadsrekening Veere 1574]
[Bron: Tollé, H.A., Iets van Henric Antoni Tollé, predikant te Vere, Veere 1790, 54-55.]

1577
Toetreding Adryaen Bouwenssen Muynck tot De Missus Scholieren.
[Bron: ZA GA Veere 2515 – 03 Rekeningenboek 1590 1659 (1605) f. 47v]

1578
Toetreding Jan Cloutynge tot De Missus Scholieren.
[Bron: ZA GA Veere 2515 – 03 Rekeningenboek 1590 1659 (1605) f. 48r]

1579
Toetreding M[eeste]r Thomas Kerreman tot De Missus Scholieren.
[Bron: ZA GA Veere 2515 – 03 Rekeningenboek 1590 1659 (1605) f. 47v]

1580
Toetreding Jan Cornelissen tot De Missus Scholieren
[Bron: ZA GA Veere 2515 – 03 Rekeningenboek 1590 1659 (1605) f. 48r]

1580
In de inventaris van de kamer bevinden zich “2 Groote tinnen Kannen van ‘tjaar 1580 met ’t blazoen daar opgesneden.” Het is niet bekend bij welke gelegenheid de kannen gewonnen dan wel aangeschaft zijn.
[Bron: Tollé, H.A., Iets van Henric Antoni Tollé, predikant te Vere, Veere 1790, 56.]

1581
“Caerle van Os Prince van der Camer van Rhetorica betaalt de Somme van zes ponden gr[ooten] vl[aem]s by die van der Weth derselver Camer gepresenteert, omme te helpen vervallen de oncosten by der zelver Camer gesupporteert ten opziene van twee spelen, en een esbattement by henluiden gespeelt ter blyder Incompste ende huldiging van zyne E X C E L [LENTIE] voorn[oemd], als Marquis dezer stede, als blykt by de Ordonnantie,” enz. [Stadsrekening Veere 1581, f. 68v]
[Bron: Tollé, H.A., Iets van Henric Antoni Tollé, predikant te Vere, Veere 1790, 54.]

1581
Toetreding Cornelis Adryaenssen tot De Missus Scholieren
[Bron: ZA GA Veere 2515 – 03 Rekeningenboek 1590 1659 (1605) f. 47v]

1588
“Caerle van Os prince vande Camer van Rehtorycka betaelt twintig schelling groot vlaams om[m]e dat hen by die vande Weth geschoncken wert op den verzworen maendach dus hyer xx sc[hellingen] gr[ooten].” [GA Veere 1353, rekening van Pieter Reygersberch voor stad en kerk van Vere 1588, f. LXXI v]
[Bron: Veere GESCHIEDENIS]

1588
“Caerle van Os, betaelt vyer pont groten vlaams hem by die vander Weth toegheleyt in […] sal van zyne diensten binnen de jaere xvC.LXXXVIIJ tyt alse reekeninghe gedaen volgende d’ordonnantie daer van […] dus hyer iiij pond grooten.” [GA Veere 1353, rekening van Pieter Reygersberch voor stad en kerk van Vere 1588, f. LXXXI v]
[Bron: Veere GESCHIEDENIS]

1589
Op 8 januari 1589 organiseerde rederijkerskamer De Aerentgens / De Plompkens van Arnemuiden een wedstrijd voor de Walcherse kamers. Ongetwijfeld behoorde Veere tot de uitgenodigde kamers.
[Bron: Arnemuiden GESCHIEDENIS]

Geplaatst door Jan van Loo 12 april 2017.

Een reactie plaatsen

(47) RAMPJAAR 1672 (vervolg)

In het eerste gedeelte over de rederijkerswedstrijd in Vlissingen op 31 december 1672 zijn de 8 deelnemers van de Vlissingse kamer De Blaeu Acolye besproken. In dit vervolg is er aandacht voor de 5 Middelburgse deelnemers van de kamer Het Bloemken Jesse en de enige deelnemer van de Veerse kamer Missus Scholieren. Daarna wordt gekeken naar het verschil in het aantal deelnemers van de kamers.

Middelburg

A. Roggeveen, devies: Ter werelt niet wis, dan de Mathésis. Hij is geboren te Delfshaven in 1628 en overleden te Middelburg op 12 november 1679. Hij was schoolmeester, landmeter, wiskundige, zeevaartkundige en daarbij ook nog dichter. 12. Het werk waarmee hij vooral bekend is geworden, is De verkrachte Belgica uit 1669, de bewerking van een historisch treurspel van Samuel Bollaert.  13 De opdracht in dit werk is gericht Aen den doorluchtigen Hoogh-geboren vorst Wilhelmus de III en ondertekend met namen van (oud)leden van ’t Edele Broederschap des Reden-rijcke Spruyte Jesse:

Mr. JACOBUS PECKIUS, als Opper-Prins
ARENT ROGGEVEEN en PHILIP de WAEL, Regeerende Princen
ANDRIES van ORTEGEM als Regeerende Boeck-houder
ROELANDT ADOLFS als oude Prins
PIETER de la RUE als oude Prins
MELS JANSSEN als oude Prins
ZACHARIAS van GEEL als oude Prins
ANTHONI PIETERSEN van DYCKE als ouden Boeck-houder.

Als Confreers:
JAN PIETERSEN SLINGERT-RECHT
JACOB WILLEMSEN
PAULUS van SLINGERLANDT
PIETER van GOETHEM.

roggeveen-arend

Arend Roggeveen

Jan Pietersen Slingerrecht [3e en 4e prijs], devies: Slingert recht. Hij schreef onder andere een lofdicht voor De verkrachte Belgica.

Jacobus Willemse, devies: Ontfanght en geeft / laet los en kleeft. Ook hij schreef een lofdicht voor De verkrachte Belgica. Hij werd geboren te Middelburg op 26 mei 1644 en overleed er op 22 juni 1712. Hij publiceerde zijn gedichten in Sions Zielsbanketten dat verschillende vermeerderde drukken kende. 14

J.M.J.D., devies U hert houdt reyn. Mogelijk gaat het om Johan Molier, juris doctor, thesaurier van Middelburg van 1767-1678. 15 Hiervoor is echter geen bewijs gevonden.

Anoniem, devies: Lijdtsaemheydt baert vreught. Nadere gegevens ontbreken.

Veere

M. van Eepen, devies: Geest baert leven. Mathijs van Eepen vertegenwoordigde Veere in zijn eentje en won geen enkele prijs. Hij wordt lid van de Missus Scholieren in 1654 en was prins van de kamer ten tijde van dit optreden. 16

##########################################

Als we kijken naar de aantallen deelnemers per kamer, dan ontstaat de indruk dat Vlissingen het best floreert, Middelburg er redelijk voor staat en Veere lijkt met slechts 1 deelnemer op sterven na dood. Hoe zit het werkelijk? De laatste vermelding bij een wedstrijd is voor de drie kamers dezelfde, nl. Bleiswijk 1684. Alledrie waren uitgenodigd, geen van drieën is echter gegaan. 17

Het is goed mogelijk dat de Vlissingse kamer in 1684 niet meer bestond, want na hun wedstrijd in 1672 is er niets bekend over deze kamer. De Middelburgers blijken actiever. Op 1 februari 1676 vaardigt de overheid een verbod uit voor rederijkers om in het openbaar op te treden. Vreemd genoeg kreeg de kamer niet lang daarna toestemming om op 22 april een loterij te organiseren. In 1679 neemt de kamer zelfs weer deel aan een wedstrijd in Katwijk aan de Rijn, waar ze ook nog diverse prijzen winnen. 18 Het gebouw waarin de Middelburgers samenkwamen, de zogenaamde Rethoryk – Kamer werd in 1678 met een derde hypotheek belast en uiteindelijk liepen de schulden zo hoog op dat dit gebouw op 19 februari 1681 verkocht werd. 19. Het is dus goed mogelijk dat Het Bloemken Jesse in 1684 niet langer actief was.

De verschijning van slechts 1 kamerlid uit Vere is merkwaardig. Uit een ledenlijst in het rekeningenboek over het jaar 1677 blijkt namelijk dat het aantal intredes tot de kamer in de periode 1640-1670 maar liefst 23 leden bedraagt.  Er blijkt echter toch wel iets aan de hand te zijn. In 1707 is er in het Rekeningenboek van de kamer een tekst toegevoegd die dateert uit 1673, dus 34 jaar lang is deze bewaard gebleven. 20 In 1673 werd namelijk na een verval van 5 jaren en de herbouw van de kamer van Reden-Rijck voor het eerst weer een kolve gehouden. Hierop volgt een gedicht waarin Adriaan Aller zijn beklag doet over zijn confrères en we lezen omschrijvingen als: ’t Is lethes domme vloed, waar van het broederschap, te veel heeft Ingedronken / Het Autaar smookt niet meer, De toonen sijn maar klagen / de kamer siet haar val / geen broeder sett’sig pal Om Atlas werk te doen enz. 2 folia lang. Op het volgende blad staat opnieuw zo’n klaaggedicht (wel opgeschreven in 1673), nu van Mathijs van Eepen en hij begint met: Hoe light Retorica helaas nu in het duijster. Beide gedichten eindigen met aansporingen naar de leden opdat zij In Reijnder Jonsten groeijen. En kennelijk heeft dat geholpen want het laatste gegeven over de kamer dateert van 1796.

##########################################

Toegift: Oefenen in transcriberen

Een goede manier om zelf je vaardigheid in het lezen van oude teksten te ontwikkelen, vind je op watstaatdaer.nl. Bas Jongenelen geeft op www.neerlandistiek.nl een beknopte samenvatting van de mogelijkheden. Het instapniveau is vrij eenvoudig en overzichtelijk.

Bronnen

12. Zie voor bronnen over zijn leven het Biografisch Portaal.
13. Een moderne versie is te downloaden bij de DBNL.
14.Zie voor een overzicht van zijn werken v.d. AA in de DBNL
15. Meertens P.J., Letterkundig leven in Zeeland in de zestiende en de eerste helft der zeventiende eeuw, Amsterdam 1943, H. III De rederijkers, noot 116.
16. ZA Veere 2515 04, ff. 26r + 32r
17. Zie voor deelnemers en genodigden het voorwerk van Apollus Lust-Hof, Ofte Beroep tot Bleyswijck, Vande Broeders van den Dubbelt Geelen Hoof-Bloem, onder ’t Woordt: Wijckt Ontrouw (…) Tot Delft/ Gedruckt by Cornelis Blommesteyn, (Ordinaris Drucker van de Maeght Rethorika) in de Kromstraetsteeg/ in Door Druck Geleert, 1684. Het lijkt erop dat Bleiswijk alle toenmalig bekende kamers in Holland en Zeeland heeft uitgenodigd.
18. Bibliotheca Belgica, Première série. Tome XXI, PINCXTER-FEEST P 47. Ook in: Boheemen, F.C. van, en Th.C.J. van der Heijden, Met minnen versaemt. De Hollandse rederijkers vanaf de middeleeuwen tot het begin van de achttiende eeuw. Bronnen enbronnenstudies. Delft 1999, 353. Bij de deelnemende kamers ontbreekt Middelburg.
19. Zeelands chronyk-almanach 1786, 1024-1025.
20. ZA Veere 2515 04, ff. 32rv.

Laatst bewerkt 26 februari 2017.

Een reactie plaatsen

(46) RAMPJAAR 1672

Feest in Vlissingen

Verzuchtingen over verloren gegane archivalia vormen geen zeldzaamheid bij onderzoek naar de Zeeuwse geschiedenis. Gelukkig lukt het meer dan eens om via andere wegen toch belangwekkende informatie te vinden. Zo’n omweg is bijvoorbeeld

Ne’erlandts vallende oorsaeck, en hulp-middelen tot desselfs her-stel. Aengewesen in verscheyde antwoorden: op de vrage Waerom kreeg Nederlant in dit jaer sulken krack? (…) Gedruct te Middelburg, by H. Smidt, boekverkoper op de Wal[1673]. 1

titelblad-neerlands-1672-vlissingenDit boekje bestaat uit de resultaten van een rederijkersfeest in Vlissingen met Middelburg en Veere op 31 december 1672. Wat komen we naar aanleiding van deze ontmoeting aan de weet over de rederijkers van deze drie steden? We leren maar liefst 12 rederijkers bij naam kennen: 8 uit Vlissingen, 4 uit Middelburg en 1 uit Veere.

Vlissingen

J.S. schrijft de Opdracht (Van wegen de Kamer van Rhetorica) aan de magistraat van de stad en richt zich tot de hoofden der kamers. 2 Hierdoor zal hij mogelijk de rol van facteur vervuld hebben. Het is niet bekend wie er schuilgaat achter de initialen J.S.

J. Grindet [Prins], devies: Uyt liefde gedaen.

Remy Schryver [2e prijs], devies: Noyt vol-leert. Op 28 maart 1662 doet Remis Schrijver belijdenis. Zijn adres is: achter het stedthuijs in Vlissingen. 3 Het is verleidelijk om een verband te leggen met de Middelburgse musicus en organist Remigius Schrijver die lid was van de kamer Het Bloemken Jesse rond de jaren 1680. 4 Zo’n verband is echter niet gevonden.

Adriaen Georgius Verdoel [1e prijs], devies: Geen genot buyten God. Dit devies is misschien afkomstig van de volgende dichtregels uit 1634 van Joannes Stalpaert van der Wiele:
Want gh’en eyschte geen genot
Hier ter wereld buyten God.
5
Verdoel was vooral bekend als schilder en overleed te Vlissingen in januari 1675. 6

C. Bolten, devies: Fabricando fabri fimus [= oefening baart kunst].

D. d’Huysser, devies: Tracht naer deught. Ene Daniel de Huijsser doet belijdenis in april 1636 en woont in de Walstrate in Vlissingen. 7

Jan d’Hees, devies: Al met vrees. Jan de Hees doet op 31 december 1652 belijdenis en woont in de Lange Noortstraete in Vlissingen. 8

Johannes van Liere, devies: Gereet om (te) leeren. Jan van Liere was ook al deelnemer aan de wedstrijd in 1641 in Vlissingen. Behalve zijn devies werd toen ook zijn leeftijd vermeld: out 14 jaren. 9 Hij is in 1672 dus al 30 lid van de kamer! Volgens Meertens is hij dan factor, maar dat blijkt nergens uit. 10 Een jaar na de wedstrijd in 1641 doet hij in december 1642 belijdenis. Zijn adres is de Groenewoud in Vlissingen. 11

Wordt vervolgd…
– waarbij aandacht voor de deelnemende rederijkers uit Middelburg en Veere en
– het zoeken naar een verklaring voor de opvallende verschillen in het aantal rederijkers van de deelnemende steden.

##########################################

MCD-ROM Middelnederlands vrij downloadbaar!

De MCD-ROM Middelnederlands is vrij downloadbaar. Op http://www.neerlandistiek.nl/?s=cd-rom leest u in de bijdrage van 2 februari 2017 wat de inhoud is en waarom het interessant is om deze cd-rom te downloaden. In de bijdrage van 3 februari 2017 leest u in een beknopte handleiding hoe u hem het beste kunt gebruiken. Voor liefhebbers zeer de moeite waard!

Bronnen

1. Zie voor een beschrijving van het werk: Meertens P.J., Letterkundig leven in Zeeland in de zestiende en de eerste helft der zeventiende eeuw, Amsterdam 1943, 96-97; Bibliotheca Belgica. Bibliographie générale des Pays-Bas, par le bibliothécaire en chef et les conservateurs de la bibliothèque de l’université de Gand. Première série, Tome XXV, Gand- La Haye, 1880-1890, V 126. Het werk zelf is HIER te downloaden.
2. ff. A2r – A4v. Meertens a.w. 97 vermeldt ten onrechte dat J. Grindet deze teksten ondertekende.
3. DBTL Vlissingen 23 (NG lidmatenregister 1654-1672), K 483, f. 66.
4. Ruë, P. de la, Geletterd Zeeland, Middelburg 1741, 153.
5. Joannes Stalpaert van der Wiele, Gulde-jaers feest-daghen of den schat der geestelycke lof-sangen
gemaeckt op elcken feest dagh van ’t geheele laer
. Ian Cnobbaert, Antwerpen 1635 (tweede druk), 268.

6. Nagtglas, F., Levensberichten van Zeeuwen. 4 delen. Middelburg 1890-1893, 827.
7. DTBL Vlissingen 22 (NG Lidmatenregister 1634-1654), K 482, f. 157v.
8. DTBL Vlissingen 22 (NG Lidmatenregister 1634-1654) K 482, f. 269v.
9. Iacob Iansz Pick, Vlissings redens lust-hof, beplant met seer schoone en bequame oeffeningen. Vlissingen 1642, ff. Oo3v, Rr1r, Ss1v, Yy1r.
10. Meertens, a.w., 97.
11. DTBL Vlissingen 22 (NG lidmatenregister 1634-1654), K 482, f. 203.

Geplaatst door Jan van Loo op 5 februari 2017.

Een reactie plaatsen

(45) Snippers 04

THOLEN

Blindenbach

In Snippers 03 is de collectie Blindenbach in het Zeeuws Archief te Middelburg besproken. Dit blijkt niet de complete collectie, een klein deel ervan bevindt zich in het archief van Tholen. Hiertussen bevindt zich ook wat dichtwerk van rond 1800. 1

Philibert van Borsselen

Philibert van Borselen leefde van ca. 1573 – 1627. Hij was onder andere burgemeester van Tholen en rentmeester van Zeeland beoosten-Schelde. Hij is een van de eerste protestantse dichters en een van de figuren uit de dichterskring rond de ‘Zeeusche Nachtegael’.

In 1611 verscheen  Strande, oft ghedichte van de schelpen, kinck-hornen ende andere wonderlicke zee schepselen. Tot lof van den Schepper aller dingen. Aen Cornelis van Blyenburgh. weerd van alle fraeyheden ende bysonder lief hebber deser vremdigheden: midsgaders aen allen mede schelpisten. Door P. V. B. Gedruckt t’ Haerlem by Adriaen Rooman. Voor Passchier van Wesbusch, boeckvercooper, woonende in den beslaghen Bybel, anno 1611 (60 blzn.; 8vo). Er volgde al snel een herdruk in 1614 die in Amsterdam verscheen. Een volgende uitgave verscheen in 1838 te Antwerpen  uitgegeven door de Antwerpse rederijkerskamer ‘Den Olyftak’. Volgens Meertens berust deze uitgave op een handschrift uit 1628,  afkomstig uit de abdij van Sint-Salvator te Antwerpen en dat is vermoedelijk een afschrift van de uitgave in 1614. 2

Hoewel van Borsselen tot de geslaagdere dichters gerekend wordt, blijft het toch een interessante vraag waarom een Antwerpse kamer ruim 200 jaar na verschijnen van de dichtwerken aandacht aan deze dichter besteed door middel van een heruitgave.

GOES

nardusbloem_1945

Van Rob Bitter ontving ik een kopie van bovenstaand blazoen. De bijgeplaatste tekst luidt: Handgeschilderde voorstelling voor de rederijkerskamer “De Nardusbloem”- Goes, 1945, door J.A.J.M. Bitter. Collectie Museum Goes – schenking door erven Bitter- van Opstal.

Op de afbeelding zien we in het midden Maria Magdalena met zalfpot, eronder naam van de Goese rederijkerskamer De Nardusbloem en erboven het devies van deze kamer Met Ganser herte. De afgebeelde wapens links en rechts zijn van Zeeland en Goes, het derde wapen tussen het jaartal 1945 is onbekend. De plant in het linkerdeel is mogelijk een nardusbloem, opvallend is verder de lauwerkrans boven het wapenschild. Het gaat kennelijk om de heroprichting van De Nardusbloem in 1945. 3

Augustijn van Hernighem

gent-888-02r-tytel-fragment-2

Ook bij veel ervaring met transcriberen verras je soms jezelf. Zo heb ik in een eerder blogbericht (22 Alfabet) de naam in deze aanhef gelezen als Augustijn van Heringhem. Onlangs kwam het opnieuw onder mijn ogen en lees ik direct wat er wèl staat: Augustijn van Hernighem. Hij blijk ook voor te komen onder de naam Augustyn van Hermelghem. In de DBNL zijn diverse publicaties van en over hem te vinden. Hij was poorter te Ieperen en staat bekend als kroniekschrijver en rederijker. De dagelijkse gebeurtenissen tijdens zijn leven (ca. 1540-1617) hield hij bij in een dagboek. Kortom een man die de moeite waard is om nader te onderzoeken.

Rozenhoed

Onlangs schreven we de strijd om de rozenhoed, waarbij het erom ging om als eerste te eindigen bij het winnen van een wedstrijd. Ook in minder onschuldige situaties werd de rozenhoed “uitgereikt”:
Sondaghs up den iiijden dach in Meye [1438], doen dede de souverain onthoefden Wouter Bets ter Steenbrugghen, by den Siekenlieden te Orscamp waert, ende dedene daer stellen up een wiel, ende dede an ‘twiel hanghen eenen rozenen hoet, omme dat Wouter Bets de eerste man was van den Vryen, die gewapent quam met sinen standarde van den ambachte van Orscamp te Brugghe, up de marct. 4

Bronnen

1. Mededeling van de archivaris van Tholen, Fred van den Kieboom. De collectie is nog niet geïnventariseerd en bestaat uit 2 dozen archiefstukken van voornamelijk Pieter Bruijnzeel en activiteiten van de notaris zelf op cultuurtechnisch gebied: Archiefnummer 266 Collectie Notaris Blindenbach.
2. Meertens P.J., Letterkundig leven in Zeeland in de zestiende en de eerste helft der zeventiende eeuw, Amsterdam 1943, 326 noot 565. Meer over Van Borsselen in: Muller, P.E., De dichtwerken van Philibert van Borsselen. Een bijdrage tot de studie van zijn taal en stijl. Groningen – Batavia 1937 en in Baur, F. e.a. (red) Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden, deel 4, ‘s-Hertogenbosch z.j., 11-18.
3. Informatie van Frank de Klerk, archivaris te Goes, meegedeeld per e-mail door Rob Bitter op 8 juli 2016.
4. Kronyk van Vlaenderen van 580 tot 1467, tweede deel, Gent 1840, 101.

Geplaatst door Jan van Loo op 12 november 2016.

Een reactie plaatsen

(44) Adriaen Valerius

Veere

Op 1 oktober 2016 houdt de projectgroep Rederijkers in Zeeland een publieksmiddag in Veere. 1 Een goede aanleiding om ook in dit blog weer eens aandacht te besteden aan Veerse rederijkers en wel aan een van de bekendste, namelijk aan Adriaen Valerius.

Die bekendheid heeft hij voornamelijk te danken aan een aantal liederen uit zijn Neder-landtsche gedenck-clanck 2 dat echter eerder opgevat moet worden als een geschiedkundig werk dan als een liedboek, een geschiedwerk geschreven vanuit een nationalistisch en calvinistisch perspectief. 3

merck-toch-hoe-sterck-muziek

De muzieknotatie van het overbekende Merck toch hoe sterck, gecomponeerd door Valerius na het beleg van Bergen op Zoom in 1622. 4

Valerius, geboren te Middelburg ca. 1575, overleden te Veere op 28 januari 1625, trad in 1598 toe tot de rederijkerskamer Missus Scholieren te Veere. Vanaf 1617 tot aan zijn dood was hij overdeken van de kamer. De rekeningen van de kamer werden jaarlijks door een ander opgesteld en sommigen hadden moeite met de schrijfwijze van de naam Valerius: Valeryns, falleris, vyleerus, velerys en valerjaen zijn de varianten die je tegenkomt. 5

valerius-overdeken

Vermelding Adriaen Valerius als overdeken in 1618 in sierschrift

De publieksmiddag in Veere is mede georganiseerd in verband met het feit dat de transcriptie van de zeven verzenbundels (1688-1794) van Missus Scholieren   is volbracht. Het overlijden van overdeken Adriaen Valerius in 1625 is eveneens een uitgelezen moment om verzen aan te wijden. Ongetwijfeld hebben de gildeleden dat gedaan, maar daarvan lijkt niets overgeleverd te zijn op één uitzondering na: enkele gedichten van de prins van de kamer Heyndrik Spoormaker (devies: spoort na deucht). En hij plaatste zijn gedichten op een bijzondere plaats, namelijk in het rekeningenboek van de kamer. Achtereenvolgens gaat het om een rouwklacht in de vorm van een klaaglied, daarna volgt een ballade waarbij de aandacht is gericht op jaar, maand en dag van overlijden en Spoormaker eindigt met een epitaphium of lijkdicht. 6

Spoormaker begint dus met een Clachliet ouer het drouvich afsterven van Adriaen Valerius Overdeken der Ed. Camer Rethorica In reynder jonsten groeyende (stemme: Dyrve fundo ofte waer is den tyt).. Het gedicht bestaat uit 8 kwatrijnen (8 strofen van elk 4 regels) en uit de eerste strofe blijkt dat de ik-figuur buiten zinnen is van verdriet. In de vierde versregel van deze strofe lijkt het woordje NIET vergeten te zijn: ‘k weet wat beginne in plaats van ik weet niet wat beginne. Wat we nu lezen, staat namelijk haaks op het voorafgaande:
kwatrijn-vere-03-117v

Mijn drouvich hert bemantelt met de Minne
is gansch verwert, en myn Benaeude sinnen
die zijn mij zoo verkeert, de droufheijt mij beheert
is t’ verstant mij falgeert
[= ontbreekt], ‘k weet wat beginne

ballade

De ballade waaruit het overlijden op 28 januari 1625 te herleiden is.

Het epitaphium tenslotte telt 48 versregels. Behalve de kwaliteiten van Valerius die aan de orde worden gesteld, neemt de dood een centrale positie in:

want siet de felle doot die ons wreed’lijck ontsteelt
het lichaam en de draet zijns levens most vercorten
die licht nu neer gevelt betijngelt in dit graf
gekerckert en begraven

Gelukkig brengen de slotregels verlichting:

al is synen lichaem van de aerde nu gegaen
synen siel nochtans sal eeuwighlyc om hooge leven

En dat vindt ook Valerius:

Wy slaen het oog, Tot u om hoog
Die ons in ancxt en noot
Verlossen kont, Tot aller stont,
Jae selfs oock van de doot.
7

handtekening-valerius

De handtekening van Valerius

Bronnen

1. Klik hier voor het programma.
2. Neder-landtsche gedenck-clanck. Kortelick openbarende de voornaemste geschiedenissen van de seventhien Nederlandsche Provintien. / By Adrianus Valerius. Haerlem, ter Veer, for d’erfg. vanden autheur, 1626.
Lees ook Leeft Valerius’ Gedenkklank nog? op Digibron, van Kenniscentrum Gereformeerde Gezindte met een handzaam overzicht van de receptie van de Gedenkklank in de loop der eeuwen.
Voor een analyse en de tekst van dit werk, raadpleeg de DBNL.

3. Strien, Ton van en Stronks, Els, Het hart naar boven. Religieuze poëzie uit de zeventiende eeuw., Amsterdam 1999, 33.
4. De afbeelding is uit Valerius, Adriaen, Nederlandtsche gedenck-clanck (ed. P.J. Meertens, N.B. Tenhaeff en A.
Komter-Kuipers). Wereldbibliotheek, Amsterdam 1942, 235.

5. Zeeuws Archief 2515 03 rekeningenboek 1590-1659, ff. 29r-116r (periode 1598-1625). Rond het overlijden van Valerius zijn de folia niet in de juiste volgorde geplaatst: 114v-117r, 117v-116r,116v-115r en 115v-118r.
6. Zeeuws Archief 2515 03 rekeningenboek 1590-1659, ff. 117v-118r.
7. Strien, Ton van en Stronks, Els, Het hart naar boven. Religieuze poëzie uit de zeventiende eeuw., Amsterdam 1999, 33.

Geplaatst door Jan van Loo op 15 september 2016.