Transcriptieregels

Een doel van Rederijkers in Zeeland is om naast foto’s van alle vindbare archivalia ook de bijbehorende transcripties op het internet beschikbaar te stellen. Aangezien er door geheel Zeeland getranscribeerd wordt, is het raadzaam om een aantal basisafspraken op te stellen om tot eenduidigheid in de aanpak te komen. Ze volgen hierna. Behalve deze regels ligt het in de bedoeling om diverse hulpmiddelen aan te reiken in de subpagina(‘s), zoals: software, bruikbare links, cursusmateriaal en vooral voorbeelden uit de praktijk. En belangrijk: men mag altijd reageren met vragen, opmerkingen of problemen uit de eigen praktijk.

Transcriptieregels

ten behoeve van transcribenten Rederijkers in Zeeland


Het uitgangspunt bij het transcriberen van de projectgroep Rederijkers in Zeeland is het zo neutraal mogelijk aanbieden van de transcriptie, d.w.z. dat de oorspronkelijke tekst wordt overgenomen inclusief omissies en fouten. Eventuele opmerkingen kunnen in een apart document worden bijgevoegd.

TOP 5 VUISTREGELS

  1. De schrijfwijze (spelling, grammatica en interpunctie) uit de originele tekst wordt letterlijk nagevolgd. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het lettertype Times New Roman, lettergrootte 12 en bij te lange regellengte lettergrootte 10.
  2. In transcriptie blijft de oorspronkelijke regellengte gehandhaafd. Dus als de originele tekst op een nieuwe regel begint, begint de transcriptie eveneens ALTIJD op een nieuwe regel.
  3. Alles wat op één folium staat, wordt (zo mogelijk) op één pagina weergegeven. Bij een teveel aan tekst krijg je meer op een pagina als je de lettergrootte en/of de marges verkleint. Een derde optie is het verkleinen van de regelafstand.
  4. Geen opsmuk toepassen in de vorm van kaders, verschillende soorten lettertypen, lettergroottes, kleuren, speciale indeling e.d.
  5. In geval van twijfel maakt de transcribent een keuze. De keuze wordt in een apart document aangetekend en bijgehouden.

Getallen

  • Cijfers weergeven conform de tekst: iiij > iiij, xvjc zeventhien > xvjc zeventhien. Dus NIET weergeven als respectievelijk 4, 1617.
  • Soms worden getallen gevolgd door een punt. Deze wordt niet getranscribeerd.

Letters

ss/sz Barentss, Janssensz > Barentss, Janssensz
u/v/w vutgheven, wtgheven > vutgheven, wtgheven
ij/y by, sijne >  by, sijne. Als er 1 punt op de y staat, dan wordt deze geschreven als ij.

Hoofdletters en leestekens

  • Hoofdletters en leestekens worden conform het origineel overgenomen.
  • De gotische komma of backslash / wordt weergegeven als een komma, evenals de komma zelf: gestelt in ponden grōōn Vlaems / soo volcht > gestelt in ponden groo[te]n Vlaems, soo volcht
  • Een komma-achtig streepje aan het einde van de zin mag opgevat worden als een punt.
  • Afbrekingen worden getranscribeerd volgens de huidige aanpak: een liggend streepje aan het einde van de regel. De originele afbreekaanduiding, bijvoorbeeld: of = of ‘’ en een eventuele herhaling ervan aan het begin van de volgende regel, worden genegeerd.
  • De dubbele punt of gewone punt volgt vaak bij een afkorting en hoeft in de transcriptie niet te worden weergegeven, dus Ex:tie > Ex[cellen]tie, S.a  > S[omm]a
  • Diakritische tekens worden alleen overgenomen als ze functioneel zijn, zoals bijv. een ^ in Franse woorden. De geschreven u is moeilijk te onderscheiden van de n en werd daarom weergegeven met ū of ũ. Deze tekens hoeven niet te worden overgenomen bij de transcriptie.

Afkortingen en verkortingen

  • Afkortingen kun je ongewijzigd laten bij de transcriptie. Indien je ze toch oplost, dus voluit schrijft, worden de letters die niet in de tekst staan, tussen rechte haken [ ] geplaatst: Phs > Ph[ilip]s
  • Sommige verkortingen worden veelvuldig toegepast, zoals een streep door een p of v die respectievelijk staan voor: p[er], p[re], p[ro] of v[er].
  • Een z of ʒ aan het eind van een woord staat voor h[eid], h[eyt], h[eit], waarbij de transcriptie afhankelijk is van de originele tekst.
  • Soms valt niet uit te maken wat bedoeld is, bijvoorbeeld voors.: dit kan staan voor voorseyt, voorsegd of voorschreven. Bij veelvuldig gebruik in een en dezelfde tekst staat zo’n woord soms ook voluit geschreven en die schrijfwijze kun je dan overnemen.

Varia

  • Op elke pagina wordt bovenaan de bron + folium- of paginavermelding weergegeven. Bij het folium wordt aangegeven of er sprake is van de recto- [= voorkant] of versozijde [= achterkant] van de pagina, dus bijvoorbeeld 12r of 12v > folium 12 recto of folium 12 verso. Onderaan de pagina wordt de bron opnieuw weergegeven inclusief het nummer van de foto van het folium of de pagina.
  • Ook lege folia worden getranscribeerd. Behalve de basisgegevens uit de vorige regel wordt de volgende tekst aangebracht: Pagina [nummeraanduiding] is blanco.
  • Superschrift altijd handhaven, ook bij afkortingen: mitsga:s > mitsga[der]s.
  • Aanduidingen die de tekst betreffen, worden tussen rechte haken [ ] geplaatst: [linkermarge:] en dan volgt de tekst die in de linkermarge wordt weergegeven.
  • Uitvulstrepen, gangbaar in notariële akten en bij notatie van inkomsten/uitgaven, worden niet vermeld of weergegeven.
  • Er worden geen opmerkingen, geen uitleg en geen verklaringen over de tekst geplaatst in de transcriptie. Dit kan eventueel separaat in een apart document met aantekeningen.
  • Als onderaan de pagina het eerste woord van de volgende pagina wordt herhaald [een zogenaamde custode], dan moet dat genegeerd worden.
  • Spelfouten in het origineel worden niet verbeterd en verschrijvingen worden precies zo overgenomen.
  • Doorhalingen en onderstrepingen in het origineel worden overgenomen. Weergave bij doorhalingen kan op twee manieren: transcriberen of [doorgehaald: transcriberen]. Is een doorhaling onleesbaar: [onleesbare doorhaling].
  • Het is vaak niet te zien of woorden aaneengeschreven zijn of niet, soms veroorzaakt door schrijflussen of versieringen. Bij twijfel kies je voor het huidige systeem van al dan niet aaneenschrijven. Raadpleeg zonodig het Groene Boekje.
  • Onzekerheid over de transcriptie kun je laten zien door een [?] achter het/de  betreffende woord(en). Noteer altijd de letters waarvan je wel zeker bent. De onleesbare/onzekere kun je dan weergeven met een * (asterix).
  • Toegevoegde tekst boven een regel (interlineaire tekst) wordt weer gegeven als [boven de regel: de toegevoegde tekst].

Vormgeving

  • De indeling van de originele tekst (alinea’s, een witregel tussen elke regel) wordt bij de transcriptie overgenomen.
  • De verschillende tekstdelen worden bij de transcriptie tegen de linkermarge begonnen, ook al laat de tekst een inspringing zien. Hiervan wordt afgeweken als er in de tekst duidelijk sprake is van een bepaalde structuur, zoals bijv. de weergave van namen in kolommen.

Laatste en definitieve versie 25-02-2014.